Schip (transportmiddel)

Uit Wiki-transport en logistiek
Ga naar: navigatie, zoeken

Een schip is een Vervoermiddel voor vervoer over wateroppervlakten. Een boot is over het algemeen een vaartuig dat voor het plezier gebruikt wordt; een schip is een term voor de beroepsvaart.

De doorgaans holle of bolle romp van een schip blijft door de opwaartse kracht van het water drijven, volgens de Wet van Archimedes. Schepen kunnen zijn gemaakt van Hout, Riet, Metaal, Kunststof (met name Polyester) of zelfs Beton. In de 19e eeuw is ook Papier gebruikt als materiaal voor boten.
Als schip worden alle vaartuigen beschouwd die ten minste 25 Registerton (1 registerton ≈ 2,83 m³) meten en die gewoonlijk op zee gebruikt worden voor het vervoer van personen of goederen, voor de visvangst, voor de sleepdienst of voor elk ander zeevaartbedrijf.

Voortstuwing

 Schepen worden op verschillende manieren aangedreven:

  • door spierkracht (roeien, Peddelen, jagen, Wrikken en Bomen)
  • door de wind (zeilen)
  • door Motoren (Stoommachines, Stoomturbines, Verbrandingsmotoren, Gasturbines, elektrisch, Kernenergie)
  • door de stroming van het water (bijvoorbeeld Gierpont)en Stevelen (met stroom mee drijven).

Verschil tussen schip en boot

Tussen schip en boot bestaat een subtiel verschil dat echter niet duidelijk af te bakenen is. Over het algemeen wordt met een schip iets groters bedoeld dan met een boot. Zo heeft men het nooit over een roeischip, maar altijd over een Roeiboot. Zo werkt het ook voor de Reddingboot en de Veerboot, ongeacht de grootte. Omgekeerd bij het Lichtschip. Het is een kwestie van taal en conventie. In de praktijk worden de twee termen vaak door elkaar gebruikt. Bedenk: je kunt een boot wel op een schip zetten, een schip nooit op een boot.

Geschiedenis

De eerste vaartuigen zoals Vlotten van Hout, gras, riet, takken of bladeren, boomstamkano's, kano's en Kajaks, werden aangedreven door spierkracht of door stroming van het water. De Egyptenaren waren de eersten die grotere schepen bouwden. De uitvinding van het zeil leidde tot het Zeilschip waardoor langere reizen mogelijk werden. De oude culturen uit het Midden-Oosten vervoerden goederen met handelsschepen over Rivieren Zeeën. Vooral de Feniciërs stonden als een zeevarend volk bekend. De scheepvaart werd vooral in de buurt van kusten bedreven omdat de Navigatiemogelijkheden nog zeer beperkt waren.

Op de Middellandse Zee was in de antieke tijd de politieke dominantie vaak met de heerschappij op zee verbonden. Belangrijke oorlogsschepen waren de galeien zoals de Trireme, die met behulp van riemen werden aangedreven. Het Vikingschip was in de vroege Middeleeuwen het snelste verkeersmiddel van de wereld. Zo konden de Vikingen steden vaak verrassen wanneer ze die overvielen.

In de Hanzetijd was de Kogge het belangrijkste schip voor overzeese handel. In dezelfde tijd ontwikkelde China onder admiraal Zheng He extreem grote zeilschepen, waarmee mogelijk een reis om de wereld is gemaakt.

Ook de eerste Europese ontdekkers (Ferdinand Magellaan, Columbus, Vasco da Gama) gebruikten zeilschepen als het Karveel en de kraak.

Doordat de Takels werden verbeterd, en door de verspreiding van het Bezaanzeil, alsook het feit dat de scheepswerven als een industrie werden opgezet, ontstonden grote zeemachten (Spanje, Portugal, De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Engeland), die naast elkaar en achtereenvolgens de macht- en handelspolitiek tot in de in 19e eeuw bepaalden. Meer dan 100 jaar lang vonden er geen wezenlijke verbeteringen plaats aan de grote schepen die de wereldzeeën bevoeren.

Door de uitvinding van de Stoommachine konden de eerste mechanisch aangedreven schepen ontworpen worden (zie ook SS Great Britain). Doordat de ontwikkeling van schepen en takelwerk steeds wetenschappelijker werd, kwamen als laatste succesvolle zeilschepen kwamen de Klipper en de Windjammer op het toneel. De klipper was een snel schip met drie dwars getuigde masten. de windjammer was een veel groter en zeer efficiënt transportschip met tot wel vijf masten waar van de achterste meestal langsgetuigd was. Klippers en windjammers transporteerden in harde concurrentie met elkaar in een zo hoog mogelijk tempo thee, Wol of Guano naar Europa en Noord-Amerika tot het begin van de twintigste eeuw.

De eerste stoomschepen waren uitgerust met een Scheprad. Dit werd opgevolgd door de efficiëntere schroef. En de bouw van oorlogsschepen leidde ook bij civiele schepen tot het gebruik van stalen rompen.

Het eerste Dieselmotorschip was gelijk het eerste Dieselelektrische schip, de riviertanker Vandal uit 1903. De Nederlandse Tanker Vulcanus uit 1910 was het eerste zeegaande motorschip. In de decennia daarna zou de Dieselmotor steeds grotere vermogens produceren met een grotere efficiëntie dan de stoomturbine, waardoor rond 1960 de meeste schepen met een dieselmotor werden gebouwd. Hoewel het tot de Oliecrisis van 1973 zou duren voordat er afgestapt werd van het gebruik van Stoomturbines op grote schaal, was dit het begin van het einde van het stoomtijdperk. Tegenwoordig maakt 99% van de schepen gebruik van dieselmotoren voor de voortstuwing. De stoomturbine wordt tegenwoordig alleen nog gebruikt bij schepen met atoomvoortstuwing.

Veel marineschepen worden voortgestuwd door een Gasturbine vanwege het lage gewicht ten opzichte van het vermogen en vanwege de snelle acceleratie die hiermee mogelijk is. Door Egidius Elling werd in 1903 de eerste gasturbine gebouwd die meer vermogen produceerde dan deze nodig had. Het eerste schip dat hiermee werd uitgerust was een omgebouwde Motor Gun Boat MGB 2009 van de Royal Navy in 1947.

Schepen tegenwoordig

Tegenwoordig maakt men voor aandrijving vooral gebruik van Dieselmotoren en Turbines. Schepen worden op een werf gebouwd (zie Scheepsbouw en Schepenlift). Wanneer de romp klaar is laat men deze van stapel lopen, waarna het schip wordt afgebouwd. Reparaties aan schepen gebeuren meestal in een Dok, dit is dan hoofdzakelijk voor het gedeelte dat zich onder water bevindt tijdens de vaart, maar kleine reparaties en tijdelijke noodreparaties worden ook door duikers uitgevoerd.

Het vliegverkeer heeft de grote oceaanschepen verdrongen voor het intercontinentale passagiersvervoer. Maar schepen zijn uit kostenoverwegingen het belangrijkste vervoermiddel gebleven voor massagoederen en stukgoed. Dit gebeurt tegenwoordig vooral in Containers. De grootste schepen zijn de mammoettankers die meer dan 300.000 ton olie kunnen vervoeren. De moderne vrachtschepen hebben een dienstsnelheid van rond de 20 (37 km/uur) tot 25 knopen (46 km/uur).

Voor bepaalde veerdiensten, zoals tussen Griekenland en Italië of Noorwegen en Duitsland, zijn er supersnelle schepen van het type Roll-on Roll-off gebouwd. Deze schepen kunnen een maximum snelheid van 30 knopen of 55 km/uur halen. Om gewicht bij deze schepen te sparen is het bovendek van Aluminium gemaakt. Dit materiaal wordt overigens ook gebruikt voor complete scheepsconstructies, met name snelle patrouillevaartuigen en de Draagvleugelboot, en andere vaartuigen waarbij het totale gewicht tot een minimum gereduceerd moet worden om met zo min mogelijk voortstuwingsvermogen een zo groot mogelijke snelheid te halen, worden in toenemende mate volledig uit aluminium vervaardigd.

Vooraan de boeg net onder water zit bij de moderne schepen een torpedovormige constructie, waardoor de weerstand van het water verminderd wordt. De golf die deze constructie veroorzaakt zorgt er voor dat de boeggolf minder groot wordt.

Cruiseschepen zijn voorzien van stabilisatoren, waardoor het schip minder rolt als het vaart maakt.

Moderne binnenschepen zijn tegenwoordig ingedeeld naar het gebruik op bepaalde vaarwegen. Die vaarwegen zijn verdeeld in CEMT-klassen.

Video